20281 – zondag

Terwijl ik zat te lezen kwam er plots een wants (zo heb ik inmiddels geleerd) uit de lucht gevallen. Op de tafel kroop hij een beetje heen en weer en hield mij goed in de gaten. Ook ik was op m’n hoede. Tenslotte heb ik totaal geen idee wat deze beestjes van plan zijn met de mensheid en mij in het bijzonder. Na een tijdje waren we wat meer aan elkaar gewend geraakt en iets van de snijdende spanning verdween uit de lucht. Ik besloot de ongenode gast wat meer van dichtbij te bekijken en moest toegeven dat hij er prachtig uitzag. Vooral z’n voelsprieten zagen er bijzonder uit. Niet veel later vertrok hij weer, op weg naar een mij onbekende bestemming.


Achter in de tuin staat een kippenhok zonder kippen. Die zijn vorig jaar afgeslacht door vermoedelijk een marter of fret. Eentje wist er te overleven en logeert nu tijdelijk bij een bevriende tuinman. Binnenkort gaan we het hok van dichter gaas voorzien zodat het hopelijk killerproof wordt. Tot die tijd hebben we er netjes met noten en zaad hangen voor de kleiner vogels in onze tuin die er zonder overlast van eksters, vlaamse gaaien en kraaien op hun gemak kunnen eten.

Wat we niet gedacht hadden is dat ook de kleine bonte specht zich op de versnaperingen zou storten. Net als de meesjes en mussen hing hij ondersteboven aan een netje en deed zich goed aan al het lekkers. Helaas had ik geen goede camera bij de hand om op gepaste afstand een duidelijke foto te maken. Toen ik probeerde wat dichterbij te komen was de specht meteen gevlogen en ging hij weer voortvarend boven in de boom verder met het klusje waar we hem allemaal van kennen, gaten hakken.