22005 – De open samenleving en haar vijanden – Karl Popper [05]

Deel I De betovering van Plato
De mythe van de oorsprong en lotsbestemming
p.35: Hoofdstuk 1 – Historicisme en de mythe van de lotsbestemming

[…] een beloofd land is nog niet een land waar je zomaar kunt wonen. In de bijbel is het het land dat door God aan aartsvader Abraham en zijn nageslacht werd voorgespiegeld. Meer metaforisch gezien staat het voor een ideaal, een utopie. […] Noties over het beloofde land zijn weer uiterst actueel, nu er tussen Israël en Hamas een verschrikkelijke oorlog woedt die uiteindelijk om grondgebied gaat. Israël is het resultaat van het geloof dat er een goddelijk verbond bestaat tussen joden en het beloofde land […] Nadat Theodor Herzl […] in 1896 een pleidooi hield voor de oprichting van een thuisland voor de vervolgde Europese joden […] werd al snel Palestina […] als droomlocatie gezien.
Wat volgde is bekend: het beloofde land was geen leeg land. Sterker nog: het beloofde land van de joden is ook het beloofde land van de Palestijnen.

p.3, De Groene Amsterdammer 51/52 jaargang 2023, Het beloofde land – Xandra Schutte
Abraham onderweg naar Kanaän (1614) – Pieter Lastman (ca. 1583 – 1633)

In hoofdstuk 1 komt Popper terug op het historicisme1. Hij is van mening dat een historicistische benadering in de sociale wetenschappen geen enkele toegevoegde waarde heeft, en vooral slechte resultaten oplevert. Toch is het een methode die door de eeuwen heen ingeburgerd is geraakt in onze denkwereld. Hoe is dat zo gekomen?

Om het begrip historicisme wat duidelijker te maken, komt Popper met het voorbeeld van ‘de doctrine van het uitverkoren volk’, waar ‘God één volk heeft uitverkoren om te fungeren als het instrument van Zijn wil, en dat dit volk de aarde zal beërven’. Historische ontwikkelingen kunnen binnen dit kader beter begrepen of geplaatst worden, en er kunnen zelfs voorspellingen gedaan worden over de toekomst van de mensheid. Typerend is dat er een aangekondigd einde (van de geschiedenis) verkondigd wordt dat ver in de toekomst ligt.

Dit aspect van wetten waaraan de geschiedenis gebonden is en de projectie van waarheen de geschiedenis zich (onvermijdelijk) beweegt zien we ook bij andere voorbeelden van historicisme. Popper groepeert deze verschillende historische ontwikkelingen als volgt:

  • theïstisch historicisme – volgens Gods wil
  • naturalistisch historicisme – volgens natuurwetten
  • geestelijk historicisme – volgens een wet van geestelijke ontwikkeling
  • economisch historicisme – volgens economische wetten

Popper heeft het voorbeeld van het uitverkoren volk niet zomaar gekozen. Hij kan hiermee een link leggen naar twee belangrijke ontwikkelingen die in zijn boek een grote rol (gaan) spelen:

  • de historische filosofie van de rassenleer of het facisme, waarbij het uitverkoren volk vervangen wordt door het uitverkoren ras; als zodanig is het een vorm van naturalistisch historicisme (biologische superioriteit van een bepaald ras);
  • de marxistische historische filosofie, waarbij de uitverkoren klasse dient als instrument; hier gaat het om een vorm van economisch historicisme (klassenstrijd om de economische suprematie

De laatste alinea van hoofdstuk 1 geeft aan waarom we ver terug moeten in de geschiedenis om de opkomst van het facisme en het marxisme goed te kunnen begrijpen:

Het historicistische karakter van deze twee bewegingen maakt ons onderzoek actueel. […] Beide gaan rechtstreeks terug op de filosofie van Hegel. Daarom moeten we ook die filosofie bespreken. En aangezien Hegel hoofdzakelijk een aantal filosofen uit de Oudheid volgt, moeten ook de theorieën van Heraclitus, Plato en Aristoteles worden besproken, alvorens wij op de modernere vormen van het historicisme kunnen terugkomen.

p.37

Disclaimer: Ik deel hier mijn leeservaring van het boek en wat ik ervan begrijp. Mijn achtergrond in onderwerpen zoals politieke of sociale wetenschappen en filofosie is minimaal. Dus waarschijnlijk mis ik een hoop en zal mijn duiding op veel plaatsen niet correct zijn. Aarzel niet om het mij in de reacties te laten weten zodat ik een en ander kan aanpassen. Ik wil leren, niet onderwijzen.