Ga naar de inhoud

22006 – De open samenleving en haar vijanden – Karl Popper [06]

Deel I De betovering van Plato
De mythe van de oorsprong en lotsbestemming
p.39: Hoofdstuk 2 – Heraclitus

Volgens de wet van de Logos moet elke actueel aanwezige toestand onvermijdelijk na korte of langere tijd omslaan in zijn reeds latent medeaanwezige, tegengestelde toestand. Daarom hebben de filosofen sinds Plato uit deze leer van Heraclitus afgeleid dat de wereld ononderbroken in beweging is: niets is bestendig, in rust, ‘alles vloeit’, in het Grieks ‘pánta rhei’. Daardoor is Heraclitus gedurende meer dan twintig eeuwen veroordeeld geweest tot een onjuiste en eenzijdige uitleg. Hij streefde niet naar de overtuiging dat alles eeuwig verandert, integendeel, volgens hem is er sprake van rust en onveranderlijkheid, namelijk de verborgen harmonie van alle polaire toestanden, de verzoening in de strijd. Heraclitus heeft dan ook nooit gezegd: ‘Alles vloeit.’ Dit zogenaamde citaat, dat voor het eerst bij Plato wordt aangetroffen, is in werkelijkheid de vertekende versie van een stelling die Heraclitus anders had bedoeld.

p.44, Trefpunt Plato. Een filosofische reisgids door de antieke wereld – Klaus Held

Terug in de tijd dus, en wel helemaal naar de Griekse filosoof Heraclitus (ca. 540 vC – ca. 480 vC) 1. Het is de tijd waar we volgens Popper de eerste theorieën zien die vergeleken kunnen worden met de doctrine van het uitverkoren volk. Voorbeelden zijn Homerus (die echter de lotsbestemming niet kenbaar maakte) en Hesiodus (die slechts een neerwaartse historische ontwikkeling van de mensheid zag), met als hoogtepunt Plato, waarbij de invloed van Heraclitus groot was.

Het was Heraclitus die als eerste met de idee van verandering kwam. Hij brak met het gangbare beeld van een statische wereld waar processen hooguit intern plaatsvonden om de stabiliteit te handhaven. Heraclitus liet zien dat er helemaal geen stabiele structuur was.

Hij zag de wereld niet als een gebouw, maar als één kolossaal proces; niet als het totaal van alle dingen, maar als het geheel van alle gebeurtenissen, veranderingen of feiten. ‘Alles vloeit en niets is in rust’ is het motto van zijn filosofie.

p.40, DOSEHV

Popper laat weten dat hij overtuigd is dat Heraclitus in zijn denken sterk gestuurd is door de toenmalige sociale en politieke gebeurtenissen. Hij stamde uit een koninklijke familie en was geacht troonopvolger te zijn, maar ambieerde niet een politiek leven en liet dat aan zich voorbijgaan. Wel schreef hij veel over de in zijn ogen verderfelijke opkomst van democratische ontwikkelingen die de Griekse tribale aristocratieën ondermijnden. Maar hij moest met lede ogen aanzien dat hij een vergeefse strijd leverde, en ‘zijn leer van de verandering geeft uitdrukking aan dit gevoel’.

Popper trekt dit in een breder perspectief en beschouwt dit als kenmerkend voor het historicisme in het algemeen. Periodes van grote sociale onrust, zoals bijvoorbeeld meer recent de Industriële Revolutie of de politieke revoluties in Amerika en Frankijk, blijken een goede voedingsbodem te zijn voor historicistische denkbeelden.

Wat bij Heraclitus echter meer nadrukt krijgt dan bij andere tijdsgenoten is zijn geloof ‘in een onverbiddelijke en onveranderlijke wet van lotsbestemming. Alsof de idee van verandering die door Heraclitus niet per se als iets positiefs gezien werd) teniet gedaan moest worden, of althans op z’n minst afgezwakt. Zo blijft de statische wereldorde, hoewel onderhevig aan verandering wel de ‘maat’ of de ‘wet’ waaraan deze processen gebonden zijn. Deze angst voor de consequenties van een al te onbedwingbaar veranderingsproces is iets wat Popper bij meer historicisten herkent.

Het lijkt vaak of [historicisten] het verlies van een stabiele wereld willen compenseren door zich vast te klampen aan de opvatting dat die verandering wordt beheerst door een onveranderlijke wet.

p.42, DOSEHV

Als laatste vestigt Popper de aandacht op het mystieke element in het denken van Heraclitus. Hij slaat de (empirische) wetenschap en wetenschappers niet bepaald hoog aan en introduceert ‘een mystieke theorie van een intuïtief begrijpen’. Deze is (vanzelfsprekend?) alleen voorbehouden aan een select gezelschap van uitverkorenen.


Disclaimer: Ik deel hier mijn leeservaring van het boek en wat ik ervan begrijp. Mijn achtergrond in onderwerpen zoals politieke of sociale wetenschappen en filofosie is minimaal. Dus waarschijnlijk mis ik een hoop en zal mijn duiding op veel plaatsen niet correct zijn. Aarzel niet om het mij in de reacties te laten weten zodat ik een en ander kan aanpassen. Ik wil leren, niet onderwijzen.